Uncategorized · 5 min leestijd

Wat Google telt en wat Google schat

Klikken, vertoningen en CTR telt Search Console; gemiddelde positie schat het. Zo bouw je een dashboard dat die twee niet door elkaar haalt.

Wat Google telt en wat Google schat

Vier kolommen levert Search Console standaard aan: klikken, vertoningen, CTR en gemiddelde positie. Wie ze naast elkaar in een dashboard zet, behandelt ze als vier maten van dezelfde soort. Dat is het begin van een huis-tuin-en-keukenfout die pas maanden later opvalt: drie van die kolommen komen uit gemeten handelingen, één komt uit een reconstructie van hoe de resultaatspagina eruitzag. Behandel die vierde als een schatting, en je rapportage wordt meteen eerlijker.

Je hoeft niets te installeren om die scheiding te maken. De telregels in de Search Console-documentatie en de uitleg bij vertoningen, positie en klikken leggen precies vast wat per kolom gemeten en wat afgeleid is. Deze pagina zet die regels om in een dashboardopzet die je in een middag bouwt.

Klikken zijn gemeten, positie is geschat

Een klik ontstaat doordat iemand op een link tikt. Een vertoning ontstaat doordat Google een resultaat weergeeft aan een gebruiker; de documentatie beschrijft nauwkeurig wanneer dat telt en wanneer een uitklapbare paragraaf nog even wacht tot iemand hem opent. De CTR is daarvan de deling. De vierde kolom is anders: gemiddelde positie probeert te schatten waar op de pagina een link stond, en Google schrijft er zelf bij dat die berekeningsmethode in de toekomst kan veranderen. De waarde is de hoogste positie per vertoning, gemiddeld over al je vertoningen; zoekopdrachten met veel vertoningen bepalen dat gemiddelde dus sterker dan zoekopdrachten die je een keer zagen.

Die combinatie maakt de positie-kolom nuttig als richtinggever maar gevoelig als prestatiemeter. Een getal dat per vertoning al het maximum van meerdere resultaten is, en dat vervolgens gemiddeld wordt, kan omhoog of omlaag springen doordat Google de pagina anders inricht — zonder dat er iets met jouw pagina gebeurde. Klikken liegen niet; posities lezen blijft mensenwerk.

Per property of per pagina, kies er één per grafiek

De telregels zijn niet voor alle groeperingen gelijk, en dat is de eerste praktische valkuil. Verzameld per property telt Google twee eigen resultaten op dezelfde resultaatspagina als één vertoning en rapporteert alleen de hoogste positie. Verzameld per pagina telt elke URL apart en hoort elke eigen positie bij die specifieke pagina. De documentatie waarschuwt er zelf voor dat CTR en gemiddelde positie daardoor hoger uitvallen bij verzameling per property als meerdere eigen pagina’s in de resultaten staan.

Consequentie voor je dashboard: kies per grafiek één verzameling en schrijf die erbij. Grafieken die property- en paginacijfers door elkaar rekenen, vergelijken twee verschillende tellingen. En een plotselinge sprong in CTR kan betekenen dat er meer eigen pagina’s in dezelfde resultaten verschenen, niet dat je pagina beter werd aangeklikt.

Het AI-rapport hoort naast de webgegevens, niet erop

Sinds dit jaar staat er ook een prestatierapport voor generatieve AI, met vertoningen in AI-overzichten en AI-modus. De documentatie van dat rapport zegt letterlijk dat het gegevens uit het webzoektype bevat. Het is dus een uitsnede van de webgegevens en geen extra laag erbovenop. Wie de twee totalen bij elkaar optelt, telt dezelfde vertoningen dubbel.

Wat het rapport wél en niet bevat bepaalt wat je erin kunt sturen: vertoningen, uit te splitsen per pagina, land, apparaat en datum, verzameld per property in het diagram. Klikken en zoekopdrachten zitten er niet bij, een positie evenmin. Wie het rapport in een dashboard trekt, trekt dus een bereik-meter, geen prestatie-meter.

Drie kolommen die je morgen kunt toevoegen

Zet in je export of BI-tool naast de bestaande totaalregels deze drie afgeleide kolommen, en de scheiding tussen telt en schat wordt vanzelf zichtbaar:

  • Klik-aandeel per pagina. Groepeer per pagina en deel de klikken van elke pagina door het totaal aantal klikken van alle pagina’s over dezelfde periode. Gebruik daarvoor het paginatotaal uit de tabel, niet het diagramtotaal: de documentatie waarschuwt dat die twee kunnen verschillen. Zo houd je de score vast aan gemeten gedrag en houd je de positie buiten de berekening.
  • AI-bereik. Vertoningen uit het generatieve-AI-rapport naast het vertoningstotaal van het webzoektype, beide per pagina. De verhouding laat zien hoeveel van je zichtbaarheid in AI-antwoorden zit. Tel ze niet op, en houd er rekening mee dat het AI-rapport leeg kan zijn omdat een site te weinig AI-vertoningen heeft.
  • Richtingsindicator. Gemiddelde positie als aparte kolom, met de notitie “schatting” erbij. Bewaak hem over langere perioden en markeer pas een verandering als hij meerdere weken dezelfde kant op gaat; korte sprongen zeggen weinig over je pagina.

Ons eigen rapport-stuk was de halve oplossing

Deze opzet begint bij een eerlijke notitie over ons eigen eerdere stuk. In ons stuk over het generatieve-AI-rapport stond waar je het vindt, wat erin staat en wat er ontbreekt — maar niet hoe je die cijfers scheidt van de positie-kolom in je eigen rapportage. De drie kolommen hierboven zijn het vervolg daarop. En de tools die je eromheen zet zeggen er ook niet vanzelf iets bij: de meeste dashboards nemen de vier standaardkolommen over alsof ze dezelfde status hebben, dus de scheiding begint bij degene die de export bouwt.

Er zit ook een grens aan wat je met deze opzet kunt zien. Klikken en vertoningen vertellen je wat er gebeurde, niet waarom. Een dalende CTR op een pagina kan aan de snippet liggen, aan een concurrent, of aan een AI-antwoord dat de vraag al beantwoordde — uit de kolommen alleen kom je daar niet achter. Die diagnose vraagt om je eigen zoekopdrachten naast te leggen, zoals in het stuk over citaties per AI-platform. En is je positie wel vaker aan het schommelen dan je prettig vindt, dan helpt het stuk over volatiliteit zonder bevestigde update om ruis van verandering te onderscheiden.

Twee tabbladen, tien minuten

Wat je vóór je volgende rapportageronde kunt doen: maak in je export twee tabbladen en noem ze “telt” en “schat”. In het eerste gaan klikken, vertoningen, CTR en de AI-vertoningen. In het tweede alleen de gemiddelde positie, met de notitie erbij. Elke grafiek die je daarna bouwt, haalt zijn kolommen uit precies één tabblad. Daarna check je één eigenschap: geen enkele grafiek rekent met kolommen uit beide tabbladen tegelijk.

Wat dat oplevert zie je bij de eerste maand: de kolommen in “telt” bewegen alleen als er iets gebeurde, en de kolom in “schat” beweegt ook wanneer Google zijn pagina herschikt. Afwijkingen tussen die twee vertellen je dan iets nieuws — bijvoorbeeld dat je zichtbaarheid in AI-antwoorden groeide terwijl je gemiddelde positie daalde, of andersom. Dat is precies het signaal dat in één gemengde grafiek verdwijnt.

S

Sam — redacteur

Schrijft over SEO voor Lovable.dev sites en Nederlandse niche-builders. Onafhankelijk, geen agency-pitch.

Stel een vraag

Eén korte mail per maand, niets meer.

Nieuwe pillar-gidsen en research-bevindingen. Eens per maand, geen spam.